Benutzer-Werkzeuge

Webseiten-Werkzeuge


sagen:deutschemaerchenundsagen478

<<< vorherige Sage | Deutsche Märchen und Sagen | nächstes Märchen >>>

Eelke Liaukama

  Sibrandi Leonis vitae et res gestae abbatum in Lidlum apud 
  Matth. Analect. 8. VI. p. 188.
  Poet. behandelt von A. van Halmaelje im friesischen Volksalmanach 1836. S. 32.

Ten jare 1332 was Eelke Liaukama abt van het rijke klooster Lidlum. Behalve anderen behoorde ook oan dit klooster een uithof, niet verre van Boxum gelegen en (ook noch heden) ter Poorte genaamd. De hier wonende monniken en conversen brachten hun leven in weelde en ledigheid door en bedreven allerlei ontucht en onmatigheid. Dit ter ooren van den abt gekomen zijnde, besluit hij tegen Paasschen zich naar ter Poorte te begeven, om de overtreders te vermanen en op den goeden weg terug te brengen. Hij reist dan heen en wordt door de monniken eervol ontfangen en op een maaltijd onthaald. Men bracht een zwaren en sterken drank, om hem dronken te maken, doch hij, onthoudend, matig en van de dronkenschap een' afkeer hebbende, gaat naar buiten over de brug, opend de naburige stins en de deur van zyn nachtverblijf sluitende, legt hij zich te bedde en begeeft zich, na tot God gebeden te hebben, te slapen. De booze, verstokte, terugblij vende monniken, beraadslagen met elkander en besluiten, den abt te dooden, daar er juist eene zoo schoone gelegenheid is. In razende woede de brug overvliegende, vinden zij de deur van de stins gesloten en zijn genoodzaakt door de vensters in te breken, om bij den abt te komen. Deze, door het gedruisch ontwaakt, spreekt hen met de hem angeborene zachtheid en zoete woorden aan, vragende, wat zij wilden? waarop men hem met vele scheldwoorden toevoerde, dat men hem zocht, dat hij gekomen was, om hen te bestraffen, als of zij booswichten, hoereerders en dronkaarts waren, maar dat hij zelf een godlooze zwelger was. Als nu de brave man over deze onverwachte gewelddadigheden verbaasd, hen vroeg, of een hunner hem beschonken had gezien? duwden zij hem toe, dat zij hem dronken hadden zien uitgaan, dat hij gebraakt en dit in zijne wijde mouwen had verborgen; waarop hij antwoordde: „Welnu, keert de mouwen om!“ Maar als nu de booswichten de mouwen van het kleed aanvatteden, vonden zij in plaats van het genoemd vuil, niets dan enkel rozen, schoone rozen. Nu tot razernij en dolheid overslaande, schelden zy hem voor een toovenaar en duivelskunstenaar en slaan hem met een' zwaren stok zoodanig op het hoofd, dat het bloed de wanden bespat en de abt dood nedervalt. Men werpt het lichaam ten venster uit in de gracht, waar het den volgenden morgen door eene vrouw wordt ontdekt. De daders ontfingen hun verdiend loon.1)

Quellen:


1)
Gleich den vorhergehenden Sagen von No. 471 ab, mitgetheilt durch den für friesische Sprache und Alterthumer eifrigst bemühten Herrn T. R. Dykstra in Leeuwarden, dem wir bald weitere und wichtigere Beiträge werden zu danken haben. Er fügt hinzu: „Iets anders vint men dit verhaal by Ocka fol. 38. abbo Emmius rerum Fris. histor. fol. 197 en Schotanus de geschiedenissen van Vrieslant fol. 176. Deze verhalen, dat de abt, misleid door de monniken, die beterschap veinsden, hun verzoek, om dien avond een' vrolijken dronk na den eten met hen te drinken, niet heeft kunnen afslaan, doch dat de goede man, wiens lichaan geen sterken dronk kon verdragen, tot braken gedwongen, dit in de wijde mouwen van zijn opperkleed trachtte te verbergen, om geene ergernis te geven en tevens het oogmerk der monniken merkende, om hem geheel dronken te maken, zich ter ruste begaf, doch dat hij weldra door de razende hoop gevolgd werd, die hem de teekenen van onmatigheid uit de mouwen van zijn tabbaert wilden toonen, doch tot hunnen schrick en woede louter rozen vonden.“
sagen/deutschemaerchenundsagen478.txt · Zuletzt geändert: von 127.0.0.1